Growshop - informatie - Algemeen nieuws - Dertien tips voor het kweken van lathyrus

Dertien tips voor het kweken van lathyrus

U bevindt zich op de pagina Dertien tips voor het kweken van lathyrus. Dit is een subpagina van Algemeen nieuws. Meer pagina's onder Algemeen nieuws zijn: Wat valt er te doen aan dat irritante mos in het gazon?, Een moestuin aanleggen begint in een luie stoel, Bijen werken in kastuinbouw, Enorm potentieel voor kastuinbouw Saoedi-Arabiƫ, Bouw kas voor kweken algen met CO2 uit mestvergisting en WKK, Turkse tomatenkas op aardwarmte, PvdA Noord-Holland wil Innovatieteam Duurzame Kastuinbouw, Opkomst internet bij plantenverkoop

Dertien tips voor het kweken van lathyrus

Bij het kweken van lathyrus worden veel fouten gemaakt. Dat is jammer en helemaal niet nodig, zeggen de experts.

Hij klimt, ruikt goddelijk en was de lievelingsbloem van koningin Juliana. Dat is zo'n beetje wat we van de pronkerwt (Lathyrus) weten. Terwijl er toch zoveel meer over te vertellen valt. Bijvoorbeeld dat hij lange benen moet hebben omdat je met korte benen geen marathon kunt lopen. Dat beweren althans lathyruskenners Wim van Vliet en Jan Ruesink.

Okay, dat van die marathon klopt misschien niet helemaal. Maar die lange benen, dat is echt waar, want lathyrusbloemen hebben de rare gewoonte dat ze per se op de langste dag willen bloeien. Hoe later je begint te zaaien, hoe korter dus de stelen worden. En wie wil er nou een vaas lathyrussen met korte steeltjes?

Wim van Vliet is voorzitter van de lathyrusvereniging, Jan Ruesink zit al veertig jaar 'in de lathyrus' zoals dat heet. Volgens hen worden er bij het kweken van lathyrussen veel fouten gemaakt. Jammer en onnodig, vinden ze. Vandaar dat ze iedereen die het horen wil vertellen hoe pronkerwten het best gekweekt en behandeld kunnen worden. Zet je schrap, want hier komt een lange rij tips, de een nog nuttiger dan de ander.

Bij beide heren gaan de zaden half februari de grond in. Binnenshuis uiteraard, anders hebben alleen de vogels en de muizen er plezier van.

Omdat lathyrus een harde zaadhuid heeft, is het verstandig om die eerst zacht te maken. Een kwestie van een koffiefilterzakje in een dun laagje regenwater leggen, daar de zaadjes op uitspreiden en die 12 uur laten liggen. Daarna een bakje voor tweederde met vochtige zaaigrond vullen, de zaden er in leggen en bedekken met een dun laagje zaaigrond. Besproeien met water en het bakje afdekken met een plastic zak of plasticfolie. Wegzetten bij een graad of 18 en het plastic, wanneer de zaden na een dag of tien ontkiemen, eraf halen.

Half maart mogen de plantjes verhuizen naar aparte potjes. In potgrond nummer 8, zegt Ruesink nadrukkelijk. Eind maart of begin april kunnen ze in een platte bak naar buiten om aan de kou te wennen en half april mogen ze dan eindelijk de volle grond in. Het spreekt vanzelf dat je de opbindsystemen zoals gaas, touw of klimrekken dan al hebt aangebracht. Draai de scheuten rondom verticaal gespannen touwen of een wigwam, en draai ze met de zon mee.

Heel belangrijk bij het kweken van lathyrus is dat er vruchtwisseling wordt toegepast. Dat betekent dat je lathyrussen niet plant op de plek waar ze verleden jaar stonden, omdat ze dan last kunnen krijgen van een schimmel en afsterven.

Wil je een plant met lange stelen en grote bloemen, blijf dan de zijscheuten (dieven) weghalen. Doe je dat niet, dan krijg je kleinere, maar wel veel meer bloemen. Een snelle groeier als lathyrus heeft uiteraard voeding nodig en krijgt daarom tijdens de groei bij elke derde watergift 1 gram kunstmest (20-20-20) per liter. Volgens Ruesink hoeven de planten niet getopt te worden, omdat ze automatisch jonge scheuten maken.

En ja, de bloemen moeten constant worden geplukt. Als je dat niet doet en de plant de kans geeft om peulen te vormen, houdt de bloei op en zit je met een plant vol peulen. Je denkt misschien dat dat zaadjes oplevert, maar nee: in ons land worden de peulen niet rijp.

Van de lathyrus bestaan 170 rassen. Er zijn eenjarige en meerjarige soorten, die allebei voors en tegens hebben. De eenjarigen (L. odoratus) ruiken bijvoorbeeld heerlijk, maar kunnen niet tegen nachtvorst. Terwijl de bloemen van de vaste lathyrussoorten (zoals L. latifolius en L. vernus) wel tegen vorst bestand zijn en minder gevoelig zijn voor schimmels, maar geen geur hebben en in een vaas minder lang houdbaar zijn. L. latifolius is een klimplant die drie meter hoog kan worden. Vind je dat te lang, laat hem dan in het begin een tijdje over de grond kruipen en bind hem later pas op. L. vernus bloeit al in april en is geen klimmer maar een keurig polletje. Wil je heel veel lathyrus, dan komt L. grandiflorus in aanmerking. Met zijn wortelstokken breidt hij zich onstuitbaar uit.

Er zijn ook soorten die geschikt zijn om in een pot, kuip of hangmand te zetten. Ze blijven laag, zoals de 'Cupid'-soorten die korte ranken maken en nauwelijks geuren. Staan ze in een donkere pot, dek die dan af tegen de zon, anders krijgen de planten het veel te warm.

En dan nog dit: zet lathyrussen niet in de eerste de beste vaas. De behaarde stengels hebben licht nodig en willen daarom een vaas van glas. En niet te veel water alsjeblieft, een bodempje van 3 cm is genoeg, de stengel moet kunnen ademen. Zorg verder dat lathyrus op vaas nooit in de buurt van rijpend fruit staat, want dan verwelken de bloemen heel snel.

Wie met eigen ogen wil zien hoe lathyrus gekweekt wordt, kan zich aanmelden voor een workshop. Succes verzekerd, belooft Ruesink. En meer dan dat: "Na de workshop geven we de garantie dat je de buurvrouw erbij moet halen om na 21 juni de bloemen te plukken!"

Bron: Trouw