Growshop - informatie - Algemeen nieuws - Bijen werken in kastuinbouw

Bijen werken in kastuinbouw

U bevindt zich op de pagina Bijen werken in kastuinbouw. Dit is een subpagina van Algemeen nieuws. Meer pagina's onder Algemeen nieuws zijn: Wat valt er te doen aan dat irritante mos in het gazon?, Dertien tips voor het kweken van lathyrus, Een moestuin aanleggen begint in een luie stoel, Enorm potentieel voor kastuinbouw Saoedi-Arabiƫ, Bouw kas voor kweken algen met CO2 uit mestvergisting en WKK, Turkse tomatenkas op aardwarmte, PvdA Noord-Holland wil Innovatieteam Duurzame Kastuinbouw, Opkomst internet bij plantenverkoop

Bijen werken in kastuinbouw

Einstein zei ooit: Als de bijen sterven, heeft de mens nog vier jaar te gaan. Niet alleen in de natuur, ook in de groenteteelt zijn ze onmisbaar. In het zomerseizoen rijdt imker Johan Calis het land door met zijn bijenkasten.

Met een blaaspijp tabak in de mond en een beitel in de hand loopt imker Johan Calis de kas in om bijenvolken te controleren. Een imkerpak draagt hij niet. „Dat is in zo’n kas niet nodig”, zegt hij.

Hij staat in een courgettekwekerij in het Westland. Hier worden zijn bijen gebruikt voor de bestuiving van courgetteplanten. „Een courgetteplant heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen”, legt Calis uit. „De bestuiving van deze plant gaat niet vanzelf. Stuifmeel van de meeldraden van de mannelijke bloem moet overgebracht worden naar de stamper van de vrouwelijke bloem. Een tuinder kan dit zelf met een kwastje doen, maar dat is veel werk, dus kiezen veel tuinders voor bestuiving via insecten, zoals bijen.”

Met Willem Boot vormt Calis imkersbedrijf Inbuzz. Samen verhuren ze bijen aan ongeveer honderd kwekers, verspreid over Noord-Holland, Zuid-Holland, Brabant, Utrecht en de Betuwe. In totaal hebben ze zo’n duizend volken. „Als je in drukke periodes driehonderd volken plaatst, moet je er wel ruim in zitten”, zegt de imker. Boot en hij kweken niet elk volk zelf. Ze kopen jaarlijks zo’n tweehonderd volken van andere bijenkwekers. „Het is teveel werk om dat allemaal zelf te doen.” Ook de logistiek is tijdrovend. Om de week controleren de imkers hoe het met de geplaatste bijenvolken gaat. „We zijn vaak hele dagen onderweg naar de kwekers waar onze bijen staan”, vertelt Calis.

Met de beitel tikt hij de bovenkant van de houten bijenkast open. „Ik ben altijd weer kinderlijk benieuwd hoe zo’n volk er van binnen uitziet”, zegt de imker. Duizenden bijen krioelen op en rond de ramen die in de kast hangen. De rook die uit de blaaspijp komt, jaagt de bijen van de bovenkant weg. Calis kan nu de ramen beter inspecteren. „Dit volk is niet zo groot meer, dus dat gaan we vervangen”, zegt hij. „Een bijenvolk moet groot genoeg blijven voor de hoeveelheid gewassen die het moet bestuiven. Anders verloopt de bestuiving niet optimaal.” De imker haalt daarom een nieuwe bijenkast uit zijn bestelbus. Hij heeft voor dit soort gevallen altijd extra bijen bij zich. Deze haalt hij ’s ochtends op van één van de twintig locaties waar de voorraad bijenvolken bewaard wordt. Daar vliegen de bijen in de vrije natuur en kweken de imkers nieuwe volken. Ook de bijen die een tijdje in een kas hebben rondgevlogen, komen op deze rustplaatsen terug.

Al jaren kampen imkers met bijensterfte en net zo lang is er discussie over de oorzaken: de varroamijt, virussen of het effect van pesticiden. Johan Calis is niet bang voor bijensterfte. „Het is heel normaal dat een klein deel van de bijen de winter niet overleeft.” Grootschalige sterfte is volgens de imker een gevolg van onkundige bestrijding. „Je moet zorgen dat je geen last hebt van de varroamijt. Die tast een volk aan. Wij hebben nog nooit wintersterfte gehad die we niet konden verklaren.”

De meeste bijen blijven gemiddeld vijf tot zes weken in een kas. „De kwekers laten zelf weten wanneer we de bijen weer kunnen meenemen. Want wij kunnen niet zien wanneer de gewassen volgroeid zijn”, vertelt Calis. Het ophalen van een bijenvolk moet ’s ochtends vroeg gebeuren. „Want dan zijn alle bijen nog in de kast. Pas vanaf een uur of negen beginnen ze weer te vliegen.” Om kwart over zeven staat Calis daarom bij de eerste kwekerij op de stoep. Het ophalen blijkt niet veel werk te zijn: de opening van de bijenkast dichtschuiven en de kist kan mee.

De bijen bestuiven niet alleen courgettes, maar ook andere gewassen zoals ui, paprika, aubergine, prei, witlof, selderij, radijs, wortel en allerlei soorten kool. Het seizoen van de bijenverhuur voor al die gewassen loopt op zijn eind, maar de komende maanden blijft het druk. In het najaar verhuren de imkers een aantal bijenvolken voor het schoonmaken van orchideeën. Een bepaalde soort van deze bloem produceert veel nectar. In combinatie met condens is dit een voedingsbodem voor roetdauwschimmel, waardoor er zwarte vlekken op de orchidee komen. „Onze bijen verzamelen de nectar, waardoor de schimmel verdwijnt”, legt Calis uit. Of het nou groenten of bloemen zijn, aan het werk verandert niet zo veel. „Want een bij is een bij.”

Bron: Trouw