Growshop - informatie - Bioquant Nutritie Paprika Plant

Bioquant Nutritie Paprika Plant

U bevindt zich op de pagina Bioquant Nutritie Paprika Plant.

Nutritie Paprikaplant

Nutritie Paprikaplant Paprika staat bekend als zoete peper (sweet peper), vanwege het ontbreken van de scherpe smaak als bij pepers. Paprika’s zijn hoekige of zijn even lang als breed. Er zijn verschillende variëteiten en kleuren (groen, geel, rood, paars). De Amerikaanse variëteit California Wonder en Yolo Wonder zijn donkergroen vruchten, die bij het rijpen rood worden. Paprika’s worden rauw gegeten of verwerkt als groente gegeten. In Suriname wordt paprika niet op grote schaal geteeld, waardoor de teelt van dit gewas zeer winstgevend kan zijn. Pepers komen in allerlei variëteiten voor, die grotendeels kruisingen van elkaar zijn. De planten zijn kort en de vruchten zijn makkelijk te oogsten. De vruchten verschillen in kleur, grootte, vorm, smaak en aroma. Enkele variëteiten zijn o.a. de alata pepre (niet langer dan 1 cm, puntig met veel zaden en heel scherp), madame Jeanette (geel en langwerpig), adjoema (rond, geel en erg pittig) en de rode pepers.   De paprikaplant is een trage groeier en heeft een lange groeiduur. Qua bemesting is er veel overeenkomst met tomatenplanten. Ook voor paprika's zijn voldoende stikstof en kalium belangrijk. Er moet daarbij een juiste verhouding tussen stikstof, kalium en magnesium zijn om de planten gezond te houden en tevens voor goede vruchten te zorgen. Teveel stikstof veroorzaakt een te weelderige bladgroei en dat gaat ten koste van de vruchten.   De paprikaplant functioneert het best bij relatief hogere temperaturen. In gematigde gebieden wordt daarom alleen onder glas geteeld. Algemeen geldt dat bij hogere temperaturen omzettingen resulterend in groei en vruchtontwikkelingen sneller verlopen met als voorwaarde dat de nutriële(meststof)aanvoer evenredig is. Teelt op hydroculturen levert doorgaans minder smaak dan op organische substraten door gebrek aan organische stoffen. De kwantitatieve resultaten zijn nagenoeg gelijk.   NPK behoeften in afzonderlijke grafieken

Kenmerkend is de hoge stikstofbehoefte in de vegetatieve fase die afneemt naar de bloeifase en in de vruchtfase tot een minimum afneemt.

In de cyclus van de tomaatplant vertoont de fosforbehoefte lichte schommelingen zonder extreme pieken of dalen.

De kalium behoefte vertoont door stijging voornamelijk afwijkingen tijdens de vruchtfase . De functie van kalium hangt meestal samen met de invloed op de werking van enzymen. Er zijn meer dan 50 enzymen bekend die in hun werking afhankelijk zijn van kalium.

 

Kalium zorgt voor stevigheid door

1. dikkere celwanden vooral in steunweefsel

2. grotere celspanning doordat de osmotische waarde van het celvocht door het K+ wordt verhoogd.

Kalium bevordert de celstrekking van jonge cellen door de hogere osmotische

waarde van het celvocht. Daardoor ontstaan geen gedrongen maar juist forse, krachtige planten.

Kalium bevordert de weerstand tegen ziekten. Dat komt doordat kalium bepaalde enzymen stimuleert die ervoor zorgen dat allerlei "smakelijke" stoffen snel worden omgebouwd tot stoffen die minder aantrekkelijk zijn voor ziekteverwekkers

Kalium vergroot het koolhydraatgehalte in de plant doordat het de assimilatie via enzymen bevorderd.

Het zetmeelgehalte van opslagorganen voor reservevoedsel wordt verhoogt doordat K+ het transport van koolhydraten van de bladeren naar de wortels bevordert.

Transport:

Kalium is zeer beweeglijk in de plant.

Dat wil zeggen dat het heel gemakkelijk van het ene plantdeel naar het andere kan worden verplaatst.

Kaliumgebrek verschijnselenzijn dan ook het eerst te zien in de oudste delen van een plant.

De dosering van de periodische NPK besmesting is sterk afhankelijk van geno/fenotype plant, substraattype en volume en milieu en moet daarom proefondervindelijk worden bepaald

 

Aanvullende bemesting van Calcium(Ca) en Magnesium(Mg)

Calcium(Ca) en Magnesium(Mg) zijn beide mobiele meststoffen en ingedeeld als subhoofdstofelementen.

Functies van Magnesium(Mg) in de plant;

  • Magnesium maakt deel uit van het hart van het chlorofylmolecuul in het bladweefsel
  • Magnesium speelt mede een rol bij specifieke enzymsystemen en is daardoor betrokken bij:
  • ATP/ADP metabolisme
  • Fotosynthese, ademhaling
  • DNA/RNA vorming, eiwitsynthese
  • Tegenhanger van kalium in de osmotische druk regulering en heeft daarom invloed op de waterhuishouding van de plant

Functies van Calcium(Ca) in de plant;

  • Verhoogt Ph
  • Neutraliseert schadelijke zuren uit het metabolisme
  • Bouwstof in celwanden
  • Belangrijk bij Kalium(K) opname en omzetting
  • Functioneel in het immuunsysteem

Magnesium en Calcium zijn antagonisten van elkaar maar de periodische plantbehoefte is nagenoeg gelijk. Met ruime intervallen(minimaal een week) dient afzonderlijk te worden toegediend.